Recent lanceerde ik een poll op LinkedIn over referenties op een cv. De reacties waren opvallend verdeeld. Sommigen vinden referenties nog steeds belangrijk, anderen zien ze als een formaliteit, en er waren ook mensen die aangaven dat vertrouwen vandaag op andere manieren wordt opgebouwd.
Die verschillende antwoorden deden me terugdenken aan een ervaring tijdens mijn laatste zoektocht naar een nieuwe opdracht.
Ik heb altijd geloofd in het belang van referenties, al kijk ik er misschien anders naar dan de traditionele betekenis ervan. Voor mij gaat een referentie niet over een naam onderaan een cv die iemand kan bellen als laatste controle. Het gaat over de indruk die je achterlaat bij mensen waarmee je hebt samengewerkt. Over de manier waarop ze je werk ervaren hebben en of ze bereid zouden zijn om daar positief over te spreken wanneer iemand hen ernaar vraagt.
Dat is ook de reden waarom ik in elke opdracht probeer te investeren in meer dan alleen het eindresultaat. Uiteraard wil ik kwalitatief werk afleveren, maar ik probeer ook bewust feedback te vragen. Wat liep goed? Wat had beter gekund? Wat was de meerwaarde van mijn bijdrage? Niet omdat ik op zoek ben naar complimenten, maar omdat feedback de snelste manier blijft om beter te worden in wat je doet.
Tijdens mijn laatste zoektocht naar een opdracht kwam ik in gesprek met een CEO en co-founder van een bedrijf. Via via was mijn naam bij hem terechtgekomen en tijdens onze gesprekken bleek al snel dat hij mijn profiel grondig had bekeken. Hij had mijn ervaring gezien, mijn achtergrond nagelezen en ook de referenties bekeken die ik zelf had opgegeven.
Toch liet hij het daar niet bij.
Via zijn eigen netwerk contacteerde hij enkele mensen bij organisaties waarvoor ik eerder had gewerkt. Mensen die ik kende en waarmee ik had samengewerkt, maar waarvan ik niet wist dat hij hen zou contacteren. Het waren ook geen mensen die op mijn lijst met referenties stonden.
Na die gesprekken koppelde hij terug wat hij had gehoord. Dat gesprek herinner ik me nog goed, niet zozeer om wat er precies gezegd werd, maar om één specifieke opmerking.
Hij vertelde me dat ik die mensen gerust zelf mocht bellen de volgende keer dat ik een opdracht zocht.
Dat was uiteraard fijn om te horen. Maar wat me vooral bijbleef, was het besef dat sommige van je sterkste referenties niet noodzakelijk de mensen zijn die jij zelf als referentie opgeeft.
Professionele reputatie ontstaat vaak op plaatsen waar je zelf niet bij stilstaat.
Mensen onthouden hoe een samenwerking verlopen is. Ze onthouden of je afspraken nakomt, hoe je communiceert wanneer er druk ontstaat, of je verantwoordelijkheid neemt wanneer iets fout loopt en of je een positieve bijdrage levert aan een team of organisatie. Dat zijn vaak de zaken die veel langer blijven hangen dan een projecttitel op een cv of een functiebeschrijving op LinkedIn.
Wanneer iemand later informeert naar jouw naam, baseren mensen zich op die ervaringen.
Dat is precies waarom ik denk dat referenties vandaag nog altijd relevant zijn. Misschien niet meer in de klassieke vorm waarbij onder elke cv standaard een lijst met namen staat, maar wel als onderdeel van je professionele reputatie. De arbeidsmarkt is kleiner dan we soms denken. Netwerken overlappen elkaar voortdurend en mensen vragen elkaar nog steeds naar ervaringen en aanbevelingen.
De les die ik uit deze ervaring heb meegenomen, is eigenlijk vrij eenvoudig.
Blijf in elke opdracht je best doen, ook wanneer je denkt dat niemand meekijkt. Vraag feedback, niet alleen wanneer een project afgerond is, maar ook tijdens de samenwerking. Sta open voor suggesties en verbeterpunten. Niet alleen omdat het je helpt om te groeien, maar ook omdat mensen zich dat herinneren.
Je weet nooit wie later naar jou zal vragen.
En je weet al helemaal niet wie op dat moment jouw referentie zal blijken te zijn.
Soms zijn dat namelijk net de mensen waarvan je vandaag niet eens beseft dat ze een rol zullen spelen in je volgende opportuniteit.